Onderwerp van gesprek waren de cijfers uit de nieuwste
Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (LMS). In de afgelopen twee jaar realiseerden corporaties zo’n 10.000 nieuwe studentenwoonruimtes. Toch nam de voorraad af, omdat particuliere verhuurders
er ongeveer 32.000 uitpondden. Onderaan de streep een krimp van 32.000 kamers, terwijl het totale officiële tekort anno 2026 op 20.200 uitkomt.
Investeringsklimaat moet verbeteren
“Je zou dus kunnen stellen dat we zonder uitpondgolf geen tekort meer hadden gehad aan studentenkamers,” stelt Touw. “Natuurlijk is de realiteit iets genuanceerder. Zo is het werkelijke tekort groter dan de officiële cijfers laten zien, omdat sommige studenten bij voorbaat al niet eens meer op zoek gaan naar een kamer en niet worden meegeteld. Maar de nieuwste cijfers maken wel duidelijk dat we iedereen nodig hebben om het tekort op te lossen, zowel private verhuurders als corporaties.”
Dat het investeringsklimaat voor private verhuurders op dit moment alleen niet zo goed is, is volgens Touw een understatement: “Het aanhouden, laat staan realiseren van nieuwe studentenwoonruimtes, is in veel gevallen financieel onmogelijk geworden. Een belangrijke factor daarbij is box 3, waarin de belastingdruk op verhuurders zo hoog is dat ze in veel gevallen meer belasting betalen dan ze aan huur ontvangen.”
Particuliere verhuurders blijven grootste studentenhuisvester
Particuliere verhuurders zijn voorlopig nog veruit de grootste studentenhuisvester van Nederland, maar hun aandeel neemt af. Twee jaar geleden huurde volgens het LMS nog 52 procent van de uitwonende studenten een kamer bij een particuliere verhuurder. Inmiddels is dat 45 procent. Corporaties zijn verantwoordelijk voor ongeveer 36 procent van de studentenwoningen in Nederland.
Vooral in de Randstad hebben ook de gereguleerde huurprijzen een negatieve invloed, legt Touw uit. “Het puntensysteem dat de huurprijzen bepaalt, sluit niet aan bij de realiteit. Zo spelen het soort mengkranen dat je in de badkamer hebt of een meter meer of minder aanrechtblad een grotere rol in de maximale huurprijs dan de aankoopwaarde van een woning. De huurprijs van een woning in Leeuwarden en Amsterdam ligt daardoor bijna gelijk, terwijl je kosten in Amsterdam wel vier keer hoger liggen. Dat is onhoudbaar.”
Subsidiëren woonlasten via huurtoeslag
Het pleidooi om de WOZ-waarde van de woning bepalender te laten zijn voor de huurprijs, stuit op tegenstand bij onder andere Kras van de LSVB. Dat zou immers betekenen dat de prijs van een kamer in de Randstad hoger zou uitvallen dan daarbuiten, terwijl een student in Amsterdam niet meer te besteden heeft dan iemand die ergens anders studeert.
Touw snapt de zorg van Kras, maar bepleit dat de betaalbaarheidsoplossing in huurtoeslag voor onzelfstandige woonruimte moet worden gezocht. “Het is niet realistisch om te verwachten dat een private verhuurder de woonlasten van een huurder subsidieert, terwijl hij of zij daar zelf verlies op lijdt. Het kan een ideologische keuze zijn om dat wel te doen, maar het gevolg is dan een aanhoudend tekort aan studentenwoningen. Er zijn te veel studenten die nu noodgedwongen bij hun ouders moeten blijven wonen.”
Tekort zal erger worden
Gespreksleider Lisa Loeb sloot het gesprek uiteindelijk af met de vraag welke positieve punten de panelleden meenemen naar het volgende schooljaar. Touw ziet alleen weinig reden voor optimisme. “Ik wil de stemming vandaag niet bederven, maar als er niks wezenlijks verandert op het gebied van huurprijsregulering en fiscale druk, ben ik bang dat het tekort aan studentenwoonruimtes alleen nog maar erger gaat worden.”
Hij wijst op het integrale plan dat Vastgoed Belang onlangs samen met de andere brancheorganisaties in de Woonalliantie
aan het kabinet aanbood. “Dat is een totaalpakket met minimumvereisten om 100.000 woningen per jaar te kunnen bouwen, inclusief studentenkamers. Als het kabinet die maatregelen op Prinsjesdag niet doorvoert, dan moeten we ook niet meer over die 100.000 woningen per jaar hebben. Dan ben je mensen een rad voor de ogen aan het draaien.”