Particuliere verhuurders zijn voorlopig nog veruit de grootste studentenhuisvester van Nederland, maar hun aandeel neemt af. Twee jaar geleden huurde volgens het LMS nog 52 procent van de uitwonende studenten een kamer bij een particuliere verhuurder. Inmiddels is dat 45 procent. Corporaties zijn verantwoordelijk voor ongeveer 36 procent van de studentenwoningen in Nederland.
Studenten blijven noodgedwongen bij ouders wonen
“Het aandeel particuliere studentenkamers brokkelt aan twee kanten af,” zegt Edward Touw, algemeen directeur van Vastgoed Belang. “Door een combinatie van hoge belastingdruk in box 3 en onrealistische huurprijsregulering worden veel particuliere verhuurders gedwongen om bestaande studentenhuizen om te zetten in koopwoningen, waardoor ze verdwijnen van de markt voor studenten. Om diezelfde redenen is het voor veel private verhuurders vaak onhaalbaar om nieuwe studentenwoningen te realiseren.”
Touw roept de overheid op om het snel weer aantrekkelijk te maken voor private verhuurders om te investeren in kamerverhuur. “Het tekort aan studentenkamers kan alleen worden opgelost als
zowel particuliere verhuurders als corporaties daar hun volle steentje aan kunnen bijdragen. Maar daarvoor moeten de investeringscondities goed zijn, en dat zijn ze nu niet. Het gevolg is minder aanbod, waardoor steeds meer studenten noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen.”
Eigenlijke tekort groter dan 20.200
Vastgoed Belang wijst er verder op dat de officiële cijfers over het tekort van 20.200 studentenwoningen eigenlijk te rooskleurig zijn. Uit de LMS blijkt namelijk dat de vraag van studenten naar woonruimte is afgenomen, doordat veel studenten de zoektocht naar een kamer staken omdat zij verwachten niets te kunnen vinden. Omdat zij strikt genomen geen woningvraag hebben, is die groep niet meegenomen in de tekortberekening.
De brancheorganisatie signaleert daarnaast dat de
uitpondgolf op de reguliere huurmarkt steeds meer effect begint te krijgen op studentenhuisvesting. Touw: “Sinds onder andere de Wet betaalbare huur is het aanbod van zelfstandige woningen voor starters ook hard afgenomen, waardoor jongeren na hun studie langer op hun studentenkamer blijven wonen. Daardoor stokt de doorstroming, wat de druk op de studentenhuisvestingsmarkt verder verhoogt.”
Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan diende onlangs het wetsvoorstel Passende Huurcontracten in ter internetconsultatie. Daarin staat onder andere het voornemen om zogeheten short-stay-contracten tegen te gaan, door de maximale duur van die contracten te beperken. Verschillende organisaties, waaronder Vastgoed Belang, wijzen erop dat ook deze maatregel zal resulteren in
nog meer druk op de reguliere studentenhuisvesting.