Gisteren vond in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats met de vaste Kamercommissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Onderwerp van gesprek was het toevoegen van woningen door het
beter benutten van de bestaande voorraad. Voor het gesprek waren diverse partijen uitgenodigd om hun visie te geven op dit onderwerp, waaronder Vastgoed Belang.
Private verhuurders zijn onmisbaar voor de woningmarkt
Private verhuurders zijn namelijk onmisbaar voor de woningmarkt. Alleen al door beter benutten van de bestaande voorraad hebben particuliere en private bedrijfsmatige verhuurders bewezen zo’n 13.000 tot 15.000 woningen per jaar te kunnen realiseren, wat neerkomt op
zo’n 70 procent van de totale woningproductie binnen de bestaande voorraad.
Sinds een aantal jaar
neemt het aantal woningen dat door beter benutten wordt gerealiseerd echter af. Toch kan de private sector weer teruggaan naar de woningrealisatiecijfers van een aantal jaar geleden, stelt Touw. “Dan moeten we alleen wel kijken naar obstakels die daar nu in de weg staan.” Hij verwees daarbij naar een
ingediend position paper met voorbeelden van specifieke obstakels op lokaal niveau, maar ook naar specifieke landelijke maatregelen.
Woningzoekenden kunnen niet wachten
Touw: “Maar zelfs als al die knelpunten morgen verdwijnen, dan zijn we er nog niet. Want zolang het algemene rendement op huurwoningen door te veel regulering en een te hoge belastingdruk te laag of zelfs negatief uitvalt, zullen investeringen in extra woningen achterblijven. En dat zien we nu helaas ook gebeuren. Kijk bijvoorbeeld maar naar de
uitpondgolf die nu gaande is. Private partijen trekken kapitaal weg uit de woningmarkt.”
Volgens Touw is het verslechterde investeringsklimaat het gevolg van een stapeling aan regulering. Als voorbeeld noemt hij de Wet betaalbare huur. “Ik begrijp dat de Kamer daar volgend jaar mee aan de slag gaat, maar ik wil toch oproepen om dat al eerder te doen. Woningzoekenden kunnen niet wachten tot 1 juli 2027, en daarna nog het hele proces dat volgt om de wet te wijzigen.”
Daarnaast wees Touw op de negatieve gevolgen van fiscaal beleid. De overdrachtsbelasting van 10,4 procent op commercieel vastgoed, die transformaties in de weg staat, bijvoorbeeld. Maar ook de vastgoedbijtelling die wordt geïntroduceerd in de Wet werkelijk rendement. “Dat is een forfait dat, gek genoeg, in een wet die werkelijk rendement moet belasten wordt ingebracht.” De maatregel die bedoeld is om eigen gebruik van vakantiewoningen te belasten, belast onder andere ook kantoorpanden met een forfait als ze leegstaan in afwachting van een transformatievergunning.
Straks betalen verhuurders 200% belasting
Touw: “De algehele fiscale druk op de private sector moet fors omlaag. Wij hebben nu al leden die meer dan 100 procent belasting betalen. Als de
verhoging van het box 3-forfait doorgaat, hebben we ook leden die meer dan 200 procent belasting betalen. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat dat slecht is voor het investeringsklimaat.”
Touws belangrijkste boodschap was dan ook om het algehele investeringsklimaat te verbeteren. “Want een uitgeponde woning kun je niet optoppen of splitsen. Beter benutten valt of staat met een goed functionerende private sector. Wij kunnen snel veel woningen opleveren en woningzoekenden weer aan een huis helpen. Wij willen de huisjesmakers zijn die helpen om de woningnood op te lossen. Láát ons dat ook doen.”