Den Haag - De versoepelingen aan de Wet betaalbare huur die minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) Elanor Boekholt-O'Sullivan
vandaag aankondigt zijn een kleine stap in de goede richting, maar bij lange na niet genoeg om de verkoopgolf van huurwoningen te stoppen. Dat blijkt uit een enquête van Vastgoed Belang onder 1.109 verhuurders die op dit moment hun huurwoningen verkopen, of van plan zijn om dat te doen zodra huurders opzeggen. Uit het onderzoek blijkt dat de maatregelen de uitpondgolf met maximaal 6 procent zullen afremmen.
Op de vraag of de in de Kamerbrief aangekondigde versoepelingen genoeg zijn om te stoppen met uitponden, geeft 79 procent van de ondervraagden aan dat daarvoor meer versoepelingen nodig zijn. 14 procent gaat hoe dan ook verder met verkopen, ongeacht van welke versoepelingen dan ook. Van de ondervraagden geeft 6 procent aan met de voorgenomen versoepelingen weer terug over te gaan op verhuren.
Wezenlijke reparaties nodig om uitponden te stoppen
Vastgoed Belang legde de respondenten ook de vraag voor welke maatregelen er dan wel minimaal nodig zijn om te stoppen met verkopen. Om de negatieve effecten van onder andere de torenhoge box 3-belasting buiten beschouwing te laten, werd hen daarbij gevraagd om uit te gaan van een situatie waarin de belastingdruk weer is verlaagd tot een acceptabel niveau. Daarbij gaven de respondenten gemiddeld 2,8 minimumvereisten.
Cijfers uit grafiek: Weer toestaan van tijdelijke verhuur aan alle doelgroepen (70 procent), betere reflectie van WOZ-waarde woning in huurprijs dan in huidige voorstel (57 procent), het verlagen van de puntengrens (44 procent), substantieel hogere WWS-puntprijs (27 procent), betere waardering van verduurzaming in de gereguleerde huurprijs (23 procent).
De antwoorden van de verhuurders die aangeven een betere reflectie van de WOZ-waarde in de huurprijs nodig te hebben, zijn onder te verdelen in drie concrete oplossingen:
Data in grafiek: Volledig afschaffen WOZ-cap (45%), Meer WWS-punten voor WOZ-waarde (44%), WOZ-cap naar 50% (11%).
Meer dan 100.000 woningen uitgepond
Sinds de plannen voor de Wet betaalbare huur concreet werden in 2023, zijn er volgens cijfers van het Kadaster al ruim 100.000 huurwoningen omgezet in koopwoningen door zowel particuliere als bedrijfsmatige verhuurders. Volgens cijfers van het ministerie en het Kadaster gaat het daarbij
voornamelijk om woningen in de sociale en middensegmenten.
Om de massale uittocht van verhuurders te stoppen, zegt de minister in haar Kamerbrief van maandag 20 april in te willen zetten op de versoepelingen die haar voorganger al heeft uitgewerkt omdat die snel kunnen worden doorgevoerd. Overige verbeteringen wil ze pas doorvoeren als in 2027 evaluatie van de wet heeft plaatsgevonden.
Wet betaalbare huur gebouwd op fundamentele fouten
Vastgoed Belang-voorzitter Niek Verra waardeert dat de minister snelheid wil maken, maar waarschuwt dat de nu voorgestelde versoepelingen niet oplossen dat de Wet betaalbare huur fundamenteel verkeerd in elkaar zit: “De voorgenomen versoepelingen komen neer op nieuw behang in een huis dat op instorten staat door constructiefouten. Ze gaan vooral uit van wat snel kan worden ingevoerd, niet op wat de markt het meest nodig heeft.”
Verra: “Om daadwerkelijk te stoppen met verkopen, hebben verhuurders niet alleen maatregelen nodig die snel kunnen doorgevoerd. Ze hebben vooral snel het vertrouwen nodig dat er wezenlijke reparaties aan de wet komen, ook als die om een iets langer wetgevingstraject vragen. In combinatie met het snel weer mogelijk maken om tijdelijk te verhuren aan álle doelgroepen, haalt dat perspectief de directe druk op uitponden weg. En kunnen op korte termijn tienduizenden woningen voor de huurvoorraad behouden blijven.”
Evaluatie niet afwachten
Verra roept dan ook op de evaluatie van de wet door de Tweede Kamer niet af te wachten, en nu al te starten met fundamentele reparaties: “We weten nu al precies wat uit de evaluatie gaat komen. De analyse dat de wet niet zou werken, is van tevoren al gemaakt door zowel de branche als door onafhankelijke instituten als de
Raad van State en
De Nederlandsche Bank. Na invoering kwam het uit ook al uit diverse, onafhankelijke doorlichtingen naar voren, zoals onlangs door het
Centraal Planbureau en een
recent onderzoek van de ministeries van VRO en Financiën.”
Voor 14 procent van de ondervraagde verhuurders zullen versoepelingen hoe dan ook te laat komen. Zij geven aan sowieso door te gaan met uitponden, onder andere omdat ze vinden dat de overheid zich met recente wetgeving heeft opgesteld als een onberekenbaar partner. Ook geven respondenten aan bang zijn dat eventuele versoepelingen later weer ongedaan gemaakt worden. Bovendien gaf deze groep respondenten aan een gevoel van structurele vijandigheid te ervaren vanuit politiek richting private verhuurders, wat ze weerhoudt van investeren.
Voor grote groep nog niet te laat
Verra: “Het goede nieuws is dat zes op de zeven verhuurders niet gaat uitponden, als de Wet betaalbare huur fundamenteel wordt verbeterd. Daarom is het goed dat de minister in haar Kamerbrief aangeeft het investeringsklimaat weer te willen herstellen. Voor een grote groep verhuurders en daarmee ook woningzoekenden is het met juiste verbeteringen namelijk nog niet te laat.”