Home » Politieke Lobby » Wonen » Persberichten » Huurprijzen stijgen in 2015 nauwelijks

Huurprijzen stijgen in 2015 nauwelijks

13 oktober 2015

“Huurprijzen stijgen in 2015 nauwelijks”

De huurstijging in de gereguleerde sector (huur < € 710,68) is in 2015 gehalveerd ten opzichte van voorgaande jaren, namelijk 2% inclusief inflatie. Zo is te lezen in de “Staat van de Woningmarkt 2015”, die vandaag is verschenen. Deze rapportage over de ontwikkelingen op de woningmarkt wordt jaarlijks door het kabinet gemaakt en geeft aan de hand van de meest actuele feiten en cijfers een beeld van de ontwikkelingen op de woningmarkt en de bouwsector. Het algemene beeld is dat de woningmarkt een breed herstel laat zien.

Huursector

In de gereguleerde huursector kwam de huurstijging exclu­sief harmonisatie in 2015 lager uit dan in voorgaande jaren: 2,0 procent tegenover 4,1 en 3,9 procent in respectievelijk 2013 en 2014. Voor het eerst in jaren steeg de huur bij particuliere verhuurders iets meer dan bij corporaties. Oorzaak is een hogere reguliere huurstij­ging bij particuliere verhuurders. Corporaties maakten in 2015 wel meer gebruik van huurharmonisatie: 0,8 procent tegenover 0,6 procent bij particuliere verhuurders. De kale huur in de gereguleerde sector (als percentage van de maximale huur) bedroeg in 2015 70 procent. Bij de particuliere huursector lag dit percentage op 83.

Huurtoeslag

Het aantal huishoudens met huurtoeslag steeg van 1,1 miljoen in 2006 tot 1,3 miljoen in 2013. De hoogte van de bijdrage is onder meer afhankelijk van het huishoudinkomen en de huurprijs. Binnen de groep huurtoeslagontvangers had bijna 66 procent van de huis­houdens een minimuminkomen. Per huurtoeslagontvanger steeg de gemiddelde bijdrage in 2013 naar 183 euro per maand.

Vraag en aanbod vrije sector huurwoningen

Speciale aandacht is er in de rapportage voor het aanbod van particuliere huurwoningen in het vrije segment. Verschillende onderzoekbureaus zien de vraag oplopen naar (particuliere) huurwoningen in de midden huurprijsklasse (€ 710 - € 1000). De prognoses variëren van 70.000 tot 245.000 tot 2030 tot tussen de 170.000 en 260.000 woningen. In 2012 was de voorraad circa 340.000 woningen groot. Doelgroep voor dit segment huur zijn vooral jongere huishoudens en oudere huishoudens in een koopwoning die de stap willen zetten naar een huurwoning. Daarnaast wordt een groeiende vraag verwacht van de circa 700.000 scheefwoners die nu nog in een gereguleerde huurwoning zitten. Dit is een gevolg van het inkomensafhankelijk huurbeleid en het aangescherpte toewijzingsbeleid.

Het kabinet ziet mogelijkheden om het aanbod te vergroten door nieuwbouw en transformatie en de aankoop van bestaande koopwoningen door beleggers. Andere mogelijkheden zijn de verkoop van bestaande sociale huurwoningen aan particuliere beleggers en een verschuiving van corporatiewoningen van de DAEB-sector naar de niet-DAEB sector. Het is echter onduidelijk of corporaties hiervoor zullen kiezen. Ook de verkoop van corporatie­woningen aan beleggers in de komende jaren is onzeker. Afgezien van enkele grote verkooptransacties bij corporaties in financiële problemen zijn de afgelopen jaren weinig woningen aan beleggers en investeringsmaatschappijen verkocht.

Daarom wordt vooral van particuliere beleggers verwacht dat zij voor een groei van het aanbod geliberaliseerde woningen zullen zorgen. “Onder bepaalde voorwaarden kunnen zij ook leveren”, aldus Co Koning (Vereniging Vastgoed Belang). “Belangrijk daarvoor is dat gemeenten mee willen bewegen in de grondprijs als er in vrije sector huur wordt belegd. Daarnaast dienen gemeenten belemmerende regelgeving zoals in de huisvestingsverordening te schrappen. Zo kan ook de bestaande woningvoorraad beter voor dit doel worden benut”.

Woonlasten huursector

Een meerderheid van de huurders met een hoge huurquote is tevreden over de woonkwaliteit, hoewel een deel van hen de woonlasten wel als hoog ervaart. Hoge huurquoten hangen samen met een bewuste keuze voor meer woonkwa­liteit, maar ook met een (onvoorziene) verslechtering van de financiële situatie nadat de woning is betrokken.