Home » Politieke Lobby » Winkels » Persberichten » Vastgoedsector vraagt minister Kamp (EZ) om actieve rol

Vastgoedsector vraagt minister Kamp (EZ) om actieve rol

20 augustus 2014

Voorburg/Amsterdam, 20 augustus 

Aantrekkelijke winkelgebieden alleen mogelijk na wijziging huurrecht winkelruimte

De vastgoedsector wil meer maatwerk in huurcontracten met retailers. Daarom pleit de vastgoedsector voor een grondige vernieuwing van het huurrecht winkelruimte. In een gezamenlijke brief hebben vastgoedpartijen IVBN en Vastgoed Belang (ondersteund door NEPROM, Forumvast en VGM NL) de minister van Economische Zaken gevraagd een actieve rol te gaan spelen om te komen tot een aanzienlijk flexibeler huurrecht winkelruimte. Het huurrecht winkelruimte is circa 50 jaar lang niet substantieel gewijzigd, terwijl de detailhandel door internetwinkelen en de economische crisis een metamorfose heeft ondergaan.

Er ontstaan steeds grotere verschillen tussen sterke en aantrekkelijke winkelgebieden en zwakke winkelgebieden waar de leegstand verder toeneemt. De vastgoedsector wil met een flexibeler huurrecht meer ruimte voor innovatie en ondernemerschap in de sector. Centraal staat het streven om het winkellandschap weer veel aantrekkelijker en afwisselender te maken. Vastgoedeigenaren moeten investeren om hun bezit aantrekkelijk te maken voor retailers en –dus- voor consumenten. Maar ook de retailer moet investeren in zijn formule.

Het huidige (sterk de huurder beschermende) huurrecht prikkelt echter geen van beide partijen om te investeren om tot structurele veranderingen in het winkellandschap te komen, waarmee dat winkellandschap toekomstbestendig blijft en bestaansrecht behoudt. Ondernemende verhuurders kunnen nu nauwelijks sturen op de aantrekkelijkheid van het winkelgebied, terwijl zij een actieve bijdrage kunnen leveren aan de vernieuwing. Dat kunnen zij doen door vernieuwende formules aan te trekken, waar nodig te schuiven met bepaalde huurders en te zorgen voor een optimale huurdersmix. Het huidige huurrecht zet een rem op investeren in vernieuwing en renovatie of het meehelpen oplossen van leegstand.

Uitgangspunt van het huurrecht winkelruimte moet worden zakelijk overleg tussen huurder en verhuurder, waarna de onderlinge afspraken in de huurovereenkomst kunnen worden vastgelegd, zonder een procedure bij de rechter. Er moet van worden uitgegaan dat beide partijen voldoende deskundig zijn (of zich anders hebben laten bijstaan). Er is immers grote behoefte aan maatwerk, flexibilisering en veel meer contractvrijheid tussen huurder en verhuurder. Investeringen in vernieuwing, zowel door de retailer als de vastgoedeigenaar, moet worden gestimuleerd. Daarbij kunnen aan de huurder voldoende waarborgen worden verleend dat hij zijn investering in de winkelinrichting kan blijven verrichten en voldoende tijd voor afschrijven bestaat.

In de kantorensector en in het buitenland wordt met eindigende huurcontracten gewerkt. Dat gaat goed en ook dan is het goed mogelijk om in onderhandelingen een passende termijn te vinden. Vanuit de vastgoedsector zijn voorstellen uitgewerkt om het huurrecht aan te passen en op een verantwoorde wijze de transitie te kunnen maken. Deze voorstellen moeten uiteraard worden besproken met de retailsector en de andere bij vernieuwing van de winkelsector betrokken partijen. De vastgoedsector wil die voorstellen ook bespreken met het ministerie van EZ en van Veiligheid & Justitie.