Home » Nieuwsberichten » Kabinet desinvesteert in woningmarkt

Kabinet desinvesteert in woningmarkt

16 september 2020

Het kabinet zegt in de woningmarkt te investeren, maar vooral de Rijksbegroting profiteert van de gepresenteerde maatregelen. Dat blijkt uit bestudering van de op Prinsjesdag gepresenteerde maatregelen. De belangrijkste oorzaak is de structurele verhoging van de overdrachtsbelasting met € 850 miljoen.

“Een onthutsende conclusie”, aldus Laurens van de Noort, directeur van vereniging voor particuliere verhuurders Vastgoed Belang. “Per saldo belast het kabinet de huurwoningmarkt zwaarder. Vanwege de verhoging van de overdrachtsbelasting van 2% naar 8% krijgen particuliere verhuurders en corporaties samen jaarlijks een rekening van bijna een miljard euro gepresenteerd.”

Het vermogen dat hierdoor uit de sector naar de fiscus vloeit kan niet meer worden ingezet voor nieuwbouw, het omzetten van winkels en kantoren naar woningen, of voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Wel bestaat de kans dat het zwaarder belasten van verhuurders leidt tot hogere huren.

Een deel van de lastenverzwaring, jaarlijks circa € 250 miljoen, moet worden opgebracht door eigenaren van kantoren en winkels. Vastgoed Belang wijst erop dat veel winkeleigenaren het vanwege corona al zwaar hebben. 

Te weinig geïnvesteerd, teveel extra belast

Vastgoed Belang noemt het kabinetsvoornemen dan ook “onnavolgbaar”. Van de Noort: “Met veel tromgeroffel wordt het beeld neergezet dat de regie wordt gepakt en er meer wordt geïnvesteerd in nieuwe woningen. Niet alleen blijkt de woningbouwimpuls tegen te vallen, ook trekt het kabinet het geld dat daarvoor nodig is uit de huursector zelf. Dat is ongekend in deze tijden van woningnood en de grote verduurzamingsopgave.”

Schrappen overdrachtsbelasting starter

De verhoging van de overdrachtsbelasting voor verhuurders is bedoeld om de kosten te dekken voor het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor koopstarters. Deze maatregel lekte eerder al uit en kon op veel kritiek rekenen. De verwachting is dat vrijstelling voor koopstarters zich vooral vertaald in nog hogere koopprijzen. Nu blijkt dat het kabinet ook het negatieve advies van de Raad van State heeft genegeerd. Naast grote vraagtekens bij de effectiviteit van de maatregel spreekt de Raad van State van overkill: “omgerekend per extra starter belopen de kosten van deze maatregel ergens tussen de € 212.500 en € 42.500.”