Home » Nieuws » Fiscale discussie over voorziening groot onderhoud

Fiscale discussie over voorziening groot onderhoud

20 januari 2016

Fiscale discussie over voorziening groot onderhoud

Onlangs betoogden T.M. Berkhout en J.M. van der Heijden, beiden verbonden aan de Belastingdienst, in de fiscale vakliteratuur (Weekblad fiscaal recht 2016/9) dat de vorming van een “voorziening groot onderhoud” bij de verhuur van vastgoed in de ondernemingssfeer niet in overeenstemming lijkt met goed koopmansgebruik. Met andere woorden, zij stellen zich op het standpunt dat de vorming van een “voorziening groot onderhoud” mogelijk niet is toegestaan. Zij baseren zich op de uitleg van een arrest van de Hoge Raad uit 1993 over een leasemaatschappij (BNB 1994/92). Dit standpunt heeft voor vastgoedbeleggers in de bv grote gevolgen en leidt in de praktijk tot discussies.

Prof. dr. A.O. Lubbers, verbonden aan Lubbers & Boer B.V. en schrijver van een standaardwerk over goed koopmansgebruik, plaatst kritische kanttekeningen bij het standpunt van Berkhout en Van der Heijden: “Zij baseren zich op een onjuiste uitleg van BNB 1994/92. In die zaak oordeelde de Hoge Raad dat een leasemaatschappij niet voor fiscale doeleinden haar winst op een leasecontract gelijkmatig over de jaren mocht spreiden. Dit wilde de leasemaatschappij bereiken door de bovengemiddelde reguliere onderhoudskosten uit de tweede helft van het leasecontract in de tijd naar voren te halen. Dat mag niet, zo werd in dat arrest beslist. Maar de Hoge Raad heeft in dat arrest niets gezegd over de (on)mogelijkheid een voorziening groot onderhoud te vormen.” Ook leggen de vastgoeddeskundigen van de Belastingdienst het arrest BNB 1998/395 naar de mening van Lubbers onjuist uit: “In dat arrest lezen zij ten onrechte een oordeel dat helemaal niet door de Hoge Raad is gegeven. De Hoge Raad geeft in het arrest uitsluitend het oordeel van de lagere rechter weer, maar neemt dat oordeel niet over. In de praktijk zie je wel vaker dat dit soort fouten bij het lezen en analyseren van arresten wordt gemaakt.” Desalniettemin kan dit alles voor moeizame discussies zorgen bij vastgoedbeleggers. Lubbers ziet eventuele discussies of procedures over de vorming van een voorziening groot onderhoud bij vastgoedbeleggers met vertrouwen tegemoet. Het is dan ook belangrijk dat het ingenomen standpunt ten aanzien van de vorming van een “voorziening groot onderhoud” wordt genuanceerd, aldus Lubbers.

Mocht u door de belastingdienst nu of in te toekomst met deze problematiek geconfronteerd worden, dan adviseren wij u daar bezwaar en eventueel beroep tegen aan te tekenen.