Home » Juridisch, Producten & Diensten » Juridisch » Veelgestelde vragen » Woonruimte zelfstandig en onzelfstandig

Woonruimte zelfstandig en onzelfstandig

Wat is een zelfstandige woonruimte?

een woonruimte met een eigen afgesloten toegang, een eigen keuken en eigen toilet.

Wat is een onzelfstandige woonruimte?

een woonruimte waar voorzieningen zoals keuken en toilet worden gebruikt door meerdere huurders of door huurder(s) en hospita.

Wat is een onvrije woonruimte?

een woonruimte die bestaat uit één of meerdere kamers met een eigen keuken en eigen toilet waarbij de ruimten afsluitbaar zijn en alle of voor een deel uitkomen op een gemeenschappelijke gang.

Wat is de liberalisatiegrens per 1 januari 2020?

€ 737,14.

Wat is de huurverhoging 2020 voor gereguleerde huurprijzen tot € 737,14 per 1 juli 2020?

de huurverhoging voor een inkomen tot € 43.574 is 5,1% (2,6% inflatie 2019 + 2,5 procentpunt). Bestaat het huishouden uit meer dan 3 personen? Of telt het huishouden een of meer AOW-gerechtigden? Dan kunt u de huur per 1 juli 2020 maximaal met 5,1% verhogen. De huurverhoging voor een inkomen boven € 43.574 is 6,6% (2,6% inflatie 2019 + 4,0 procentpunt). U dient hiervoor een huishoudverklaring van de Belastingdienst bij het huurverhogingsvoorstel te voegen. Uit die verklaring moet blijken dat het huishoudinkomen in 2018 hoger was dan € 43.574. U kunt het huurverhogingsformulier plus een handleiding op deze website via webwinkel downloaden. In de handleiding vindt u hoe u een huishoudverklaring kunt aanvragen.

Wat is de huurverhoging voor geliberaliseerde huurprijzen?

de huurverhoging voor geliberaliseerde huurprijzen worden vaak geregeld in de huurovereenkomst. De meest voorkomende huurverhogingsmethode betreft een verhoging met een berekening op grond van de het CBS-indexcijfers. De berekening wordt meestal geregeld in de Algemene Bepalingen behorend bij de huurovereenkomst.

Wanneer is de huurcommissie bevoegd om kennis te nemen van een geschil?

de Huurcommissie behandelt geschillen over zelfstandige woningen, kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen. Het gaat daarbij om sociale huurwoningen (ofwel woningen met een niet-geliberaliseerd huurcontract). De Huurcommissie behandelt ook geschillen bij woningen in de vrije sector met een geliberaliseerde huurprijs als huurder en verhuurder daar een afspraak over hebben gemaakt in de huurovereenkomst.

Kan de huurcommissie een boete opleggen?

Nee. De Huurcommissie kan geen boetes opleggen aan huurders en verhuurders. De huurcommissie kan bemiddelen bij conflicten tussen huurder en verhuurder of een bindende uitspraak. De verhuurder of de huurder kunnen binnen acht weken na dagtekening van de uitspraak een procedure starten bij de Rechtbank, afdeling kanton.

Wanneer kan een verhuurder een procedure starten bij de huurcommissie?

1. Als de huurder heeft bezwaar gemaakt tegen de door de verhuurder voorgestelde jaarlijkse huurverhoging (vastgoed belang adviseert om deze procedure te vermijden door de huurverhogingsaanzegging niet aangetekend te versturen). U kunt als lid het huurverhogingsformulier plus handleiding op de website van Vastgoed Belang downloaden. U kunt ook als lid de rappelbrief huurcommissie downloaden in geval de huurder de jaarlijkse huurverhoging niet betaalt en u heeft de huurverhogingsaanzegging niet aangetekend verstuurd.
2. Als de verhuurder de huur wil verhogen na woningverbetering. Dit kan tot uiterlijk drie maanden nadat de verbetering is aangebracht en de huurder vooraf toestemming heeft gegeven voor de woningverbetering, de nieuwe voorziening meer comfort biedt dan de oude en de nieuwe huurprijs niet hoger is dan de maximale huurprijs volgens de puntentelling van de woning.
3. Als de verhuurder na een tijdelijke huurverlaging de onderhoudsgebreken heeft hersteld en de verhuurder wil de oude huurprijs weer vragen. Deze herstelmeldingsprocedure dient ervoor dat de huurder weer de huurprijs in volle omvang gaat voldoen i.p.v. de tijdelijke verlaagde huurprijs vanwege onderhoudsgebreken.
4. Als de huurder het niet eens is met de jaarafrekening voor de servicekosten en nutsvoorzieningen. De verhuurder kan een verzoek bij de Huurcommissie indienen om de betalingsverplichting van de huurder vast te stellen. Dit kan drie weken nadat de verhuurder de afrekening servicekosten aan de huurder heeft verstrekt. Als de huurder niet binnen drie weken heeft gereageerd of als de huurder heeft laten weten niet akkoord te gaan met de afrekening, kan de verhuurder een verzoek indienen bij de Huurcommissie.

Wanneer kan de huurder een procedure starten bij de huurcommissie?

1. Als de huurder het niet eens met de door de verhuurder voorgestelde huurverhoging.
2. Als de huurder huurverlaging wenst omdat het aantal punten niet klopt of omdat het inkomen van de huurder is gedaald nadat de huurder een inkomensafhankelijke huurverhoging heeft gekregen.
3. Als de huurder het niet eens is met de voorgestelde huurverhoging na woningverbetering in het gehuurde. Als huurder en verhuurder het niet eens worden over de nieuwe huurprijs na verbetering van de woning, dan kunnen zij de Huurcommissie vragen om de huurverhoging te beoordelen. Dit kan tot uiterlijk drie maanden nadat de verbetering is aangebracht. 
4. De huurder wil een tijdelijke huurverlaging vanwege achterstallig onderhoud. Als de verhuurder de door de huurder gemelde gebreken niet binnen zes weken herstelt, dan kan de huurder bij de huurcommissie om een tijdelijke huurverlaging vragen.
5. De huurder vindt het maandelijks voorschot voor nutsvoorzieningen te hoog. Als de huurder het niet met de verhuurder eens is over de hoogte van het maandelijkse voorschot voor de kosten van nutsvoorzieningen en zij komen er samen niet uit, dan kan de huurder de huurcommissie vragen om de hoogte van het maandelijkse voorschot te beoordelen.
6. De huurder is het niet eens met de jaarafrekening servicekosten en nutsvoorzieningen. Als huurder en verhuurder het niet eens zijn over jaarafrekening servicekosten en nutsvoorzieningen en komen zij er samen niet uit, dan kunnen zij de huurcommissie vragen de jaarafrekening vast te stellen.
7. De huurder woont nog geen 6 maanden in een woning en wil weten of hij/zij een redelijke huurprijs betaalt. De huurprijs die getoetst wordt is meestal een geliberaliseerde huurprijs.

Wat is woningverbetering?

Bij woningverbetering gaat het om dat de aangebrachte voorzieningen tot meer woongenot moet leiden. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een tweede toilet, dubbel glas of centrale verwarming (cv) in een woning worden aangebracht. Het vervangen of herstellen van bestaande voorzieningen is geen woningverbetering. In dat geval is er sprake van (groot) onderhoud of renovatie.

Wat is een medehuurder?

een medehuurder is iemand die met de hoofdhuurder samenwoont en met de hoofdhuurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft en door de verhuurder is erkent als medehuurder. Als de hoofdhuurder huwt met degene met wie hij of zij samenwoont, wordt degene automatisch medehuurder. Dit geldt ook voor geregistreerd partnerschap.. De medehuurder wordt hoofdelijke aansprakelijk voor de betaling van de huur en het verrichten van kleine herstellingen.

Geldt het medehuurderschap voor zelfstandige en onzelfstandige woonruimte?

Ja, het medehuurderschap geldt zowel voor zelfstandige als onzelfstandige woonruimte.

Wat is een duurzame gemeenschappelijke huishouding?

een duurzame gemeenschappelijke huishouding moet minimaal twee jaar hebben geduurd, er moet zorg naar elkaar betracht worden en er moet een intentie van een duurzame relatie voor de toekomst aangetoond worden.

Wat is woningruil?

woningruil kan slechts plaatsvinden tussen huurders van woonruimte. Beide huurders moeten toestemming hebben van de hun verhuurders. De oude huurovereenkomsten worden opgezegd en er moeten nieuwe huurovereenkomsten worden opgesteld. De ene huurder neemt niet de rechten en verplichtingen van de andere huurder over. Dit betekent dat er een nieuwe huurprijs kan worden afgesproken en het gehuurde aan de verhuurder wordt opgeleverd, zoals u deze bij aanvang van de huurovereenkomst is ontvangen. Als de verhuurders weigeren om in te stemmen met de woningruil, kunnen de huurders een procedure starten. De rechter zal de vordering tot woningruil allen toewijzen als de aanvrager van de woningruil een goed argument heeft. Bijvoorbeeld omdat een van de huurders geen trappen meer kan lopen en wil ruilen met een woning op de begane grond.

Geldt het beroep op woningruil alleen voor zelfstandige woonruimte?

nee, woningruil geldt voor zelfstandige, onzelfstandige en ook voor woonwagens en standplaatsen.

Wat gebeurt er als de huurder overlijdt?

als de huurder overlijdt en alleen woont, dan eindigt de huurovereenkomst aan het eind van de tweede maand na het overlijden van de huurder.

Wanneer kunnen de erfgenamen de huurovereenkomst op zijn vroegst opzeggen?

de erfgenamen zijn bevoegd de huurovereenkomst al tegen het eind van de eerste maand na het overlijden van de huurder op te zeggen. Tot het eind van de huurovereenkomst moeten de erfgenamen wel de huur blijven betalen.

Wat gebeurt er als de huurder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap heeft en overlijdt?

als de huurder getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had, zet de medehuurder automatisch de huurovereenkomst voort.

Wat gebeurt er als er een andere persoon in het gehuurde woont en de hoofdhuurder overlijdt?

als deze andere persoon die in de woonruimte zijn of haar hoofdverblijf heeft, kan aantonen dat er een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overleden huurder bestond, krijgt deze persoon van rechtswege een huurrecht van zes maanden tegen betaling van de huur. Als de andere persoon de huurovereenkomst wil voortzetten, dient hij  of zij als eerste een verzoek te doen aan de verhuurder. Als de verhuurder het verzoek niet honoreert, kan de huurder binnen zes maanden na het overlijden van de hoofdhuurder een procedure starten bij de kantonrechter.
De kantonrechter wijst de vordering af:
1. als de aanvrager niet kan bewijzen dat er een duurzame gemeenschappelijke huishouding is geweest met de overleden hoofdhuurder.
2. als de aanvrager vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor behoorlijke nakoming van de huurovereenkomst.
3. als voor de huur van de woning een huisvestingsvergunning verplicht is en de aanvrager kan deze vergunning niet overleggen.

Wat zijn de wettelijke opzeggingsgronden van een huurovereenkomst voor woonruimte? 

1. als de huurder zich niet als een goed huurder gedraagt.
2. als de huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is overeengekomen niet zijnde een huurovereenkomst op grond van de Huurwet Doorstroming Huurmarkt 2015.
3. als de verhuurder het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik (hieronder valt niet verkoop) of renovatie.
4. als de huurder niet toestemt in een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot dezelfde woonruimte, voor zover dit aanbod niet een wijziging inhoudt van de huurprijs of van de servicekosten, tenzij het een geliberaliseerde huurovereenkomst betreft waarbij de huurprijs bij aanvang geliberaliseerd was en de woning ook geliberaliseerd is. Een nieuwe huurovereenkomst kan nodig zijn vanwege herziening van verouderde bepalingen het schriftelijk vastleggen van mondelinge afspraken of verandering van het gehuurde vanwege een renovatie.
5. als er krachtens een geldend bestemmingsplan op het verhuurde liggende andere bestemming wilt verwezenlijken.
U kunt als lid de juridische dienst van Vastgoed Belang altijd om advies vragen of u zich kan beroepen op een opzeggingsgrond.
Het e-mail is juridisch@vastgoedbelang.nl.