Home » Juridisch, Producten & Diensten » Juridisch » Veelgestelde vragen » Middenstandsbedrijfsruimte

Middenstandsbedrijfsruimte

Wat zijn de voorwaarden voor een middenstandsbedrijfsruimte?

het zijn ruimten voor het publiek toegankelijk en de rechtstreekse levering van goederen en diensten. Het is niet altijd eenvoudig om vast te stellen of er sprake is van middenstandsbedrijfsruimte. Per geval moet aan de hand van de feitelijke omstandigheden ter plaatse bekeken worden of er sprake hiervan is. We verwijzen u naar de huurovereenkomst winkelruimte met de algemene huurvoorwaarden en de toelichting, ook te downloaden via de webwinkel op de website Vastgoed Belang. Voor leden zijn deze gratis te verkrijgen. 

Wat zijn de meest voorkomende middenstandsbedrijfsruimten?

bakkers, slagers, restaurant- of cafébedrijf, afhaal- of besteldienst, kappers, stomerijen, bezinepompen, lunchrooms, bars en de kantine op sportterreinen die voor publiek toegankelijk zijn.

Heeft de huurder huurbescherming bij middenstandsbedrijfsruimte?

ja, de huurder van middenstandsbedrijfsruimte heeft huurbescherming met vaste wettelijke huurtermijnen van vijf plus vijf jaar. Er is wel één uitzondering, De verhuurder en de huurder kunnen bij aanvang van de huurovereenkomst een termijn van twee jaar of korter overeenkomen. Als deze termijn verstrijkt dan loopt de huurovereenkomst door met drie  jaar = vijf jaar plus vijf jaar.

Kan er een afwijkende huurtermijn worden overeengekomen?

ja, als partijen een afwijkende huurtermijn willen overeenkomst zoals  bijvoorbeeld zeven jaar, dan moet de rechter over deze afwijking een goedkeuring geven. De rechter zal goedkeuring geven indien de rechten van de huurder niet wezenlijk worden aangetast of wel dat de maatschappelijke positie van de huurder in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is dat de huurder in redelijkheid de bescherming van de wet niet nodig heeft zoals bijvoorbeeld een grote winkelketen.

Wat is de huurverhoging voor middenstandsbedrijfsruimte?

de huurverhoging voor middenstandsbedrijfsruimte worden vaak geregeld in de huurovereenkomst. De meest voorkomende huurverhogingsmethode betreft een verhoging met een berekening op grond van de het CBS-indexcijfers. De berekening wordt meestal geregeld in de Algemene huurvoorwaarden behorend bij de huurovereenkomst.

Wat is een huurprijsherziening bij middenstandsbedrijfsruimte?

bij verhuur van middenstandsbedrijfsruimte kan in een aantal gevallen zowel de verhuurder als de huurder een verzoek indienen bij de rechter voor resp. een huurprijsverhoging of huurprijsverlaging van de huurprijs.

Hoe vaak kan er een huurprijsherziening worden doorgevoerd?

artikel 7:303 BW bepaalt ten aanzien van huurovereenkomsten die niet zijn aangegaan voor een bepaalde tijd, dat een nadere vaststelling van de huurprijs kan worden gevorderd telkens wanneer ten minste vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door de partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd. Het is belangrijk voorafgaand aan een voorstel tot huurprijsherziening eerste een deskundigenrapport te laten opstellen door een bedrijfsmakelaar. De huurder zal ook zijn advies gaan inwinnen. Als verhuurder en huurder er samen niet uitkomen, moet de verhuurder in geval van een huurprijsverhoging en de huurder in het geval van een huurprijsverlaging een verzoek doen bij de rechter om een huurprijs te laten vast stellen.

Moet de verhuurder altijd toestemming geven voor een indeplaatsstelling van een nieuwe huurder?

Nee, wanneer een huurder zijn bedrijf wil overdragen aan een andere huurder, dient de huurder daarvoor de toestemming van de verhuurder te verkrijgen. 

Kan de verhuurder een indeplaatsstelling weigeren?

Als de verhuurder gegronde redenen heeft om niet mee te willen werken, kan de huurder wel de rechter verzoeken om de derde partij als huurder in de plaats te laten treden, zodat de bestaande huurovereenkomst wordt voortgezet.

Wanneer wijst de rechter een verzoek tot indeplaatsstelling toe?

De rechter kan de vordering slechts toewijzen indien de huurder of de ander die het bedrijf uitoefent, een zwaarwichtig belang heeft bij de overdracht van het bedrijf.  

Wanneer wijst de rechter een verzoek tot indeplaatsstelling af?

De rechter wijst de vordering af indien de derde niet voldoende waarborgen biedt voor het nakomen van de verplichtingen uit de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering. Het is van belang dat de nieuwe huurder het bedrijf dat door de oude huurder zelf of door een ander in het gehuurde wordt uitgeoefend, voortzet.